advocaat gids - overzicht van advocaat kantoren in Nederland







 

Advocaat gids nederland


Google


[ Advocaat toevoegen ]

Aalten
Adorp
Aerdenhout
Alkmaar
Almelo
Almere
Alphen aan den Rijn
Amersfoort
Amstelveen
Amsterdam
Apeldoorn
Appingedam
Arnhem
Assen
Asten
Axel
Baarle-Nassau
Baarn
Barendrecht
Barneveld
Beek (Limburg)
Beek-Ubbergen
Beilen
Bemmel
Bennekom
Bergeijk
Bergen (Noord Holland)
Bergen op Zoom
Bergenterblijt
Bergschenhoek
Berlicum (Noord Brabant)
Best
Beuningen (Gelderland)
Beverwijk
Bilthoven
Bladel
Blaricum
Bloemendaal
Bodegraven
Bolsward
Born
Borne
Bosch en Duin
Boskoop
Bovenkarspel
Boxmeer
Boxtel
Breda
Breukelen (Utrecht)
Brielle
Brunssum
Budel
Buitenpost
Bunde
Bunnik
Bunschoten-Spakenburg
Burgh-haamstede
Burgum
Bussum
Capelle aan den IJssel
Coevorden
Cuijk
Culemborg
De Bilt
Dedemsvaart
Delden
Delft
Delfzijl
De Lier
De Meern
Den Helder
Deurne
Deventer
Didam
Dieren
Doesburg
Doetinchem
Dokkum
Dongen
Doorn
Dordrecht
Dorst
Drachten
Driebergen-Rijsenburg
Dronten
Drunen
Druten
Duiven
Echt
Edam
Ede (Gelderland)
Eemnes
Eerbeek
Egmond aan den Hoef
Eibergen
Eindhoven
Elburg
Elst (Gelderland)
Emmeloord
Emmen
Enschede
Epe
Ermelo
Etten gld
Etten-leur
Franeker
Geldermalsen
Geldrop
Geleen
Gennep
Gieten
Goedereede
Goes
Goirle
Goor
Gorinchem
Gorssel
Gouda
Gravel
Groenlo
Groesbeek
Groningen
Grootebroek
Grou
Grubbenvorst
Gulpen
Haaksbergen
Haarlem
Hagestein
Hardenberg
Harderwijk
Hardinxveld-Giessendam
Haren gn
Harlingen
Harmelen
Hattem
Hedel
Heemskerk
Heemstede
Heerenveen
Heerhugowaard
Heerlen
Heesch
Heiligland-Stichting
Heiloo
Heinkenszand
Helden
Hellevoetsluis
Helmond
Hendrik-Ido-Ambacht
Hengelo ov
Herkenbosch
Herten
Heythuysen
Hilversum
Hoensbroek
Honselersdijk
Hoofddorp
Hoogerheide
Hoogeveen
Hoogezand
Hoogvliet rt
Hoorn nh
Horst lb
Houten
Huissen
Hulst
IJsselstein ut
Joure
Kaatsheuvel
Kampen
Kapelle
Katwijk zh
Kekerdom
Kerkdriel
Kerkrade
Koekange
Krimpen aan den IJssel
Krommenie
Lage Zwaluwe
Landgraaf
Laren nh
Leek
Leerdam
Leeuwarden
Leiden
Leiderdorp
Leidschendam
Lekkerkerk
Lelystad
Lemmer
Lent
Leusden
Lichtenvoorde
Liempde
Lienden
Lieshout
Lisse
Lochem
Loenen aan de Vecht
Maarssen
Maasbracht
Maassluis
Maastricht
Made
Makkum fr
Malden
Maren-Kessel
Margraten
Medemblik
Meerssen
Meppel
Middelburg
Middelharnis
Mierlo
Mijdrecht
Mill
Mook
Naaldwijk
Naarden
Nieuw-Beijerland
Nieuwegein
Nieuwerkerk aan den IJssel
Nieuwer ter Aa
Nieuwkoop
Nieuwstadt
Nieuw-Vennep
Nijkerk gld
Nijmegen
Nijverdal
Nistelrode
Noordwijk zh
Nuenen
Nuland
Nunspeet
Nuth
Oegstgeest
Oirschot
Oisterwijk
Oldenzaal
Ommen
Oostburg
Oosterbeek
Oosterhout gem Nijmegen
Oosterhout nb
Oosterwolde fr
Oost-Souburg
Oostvoorne
Opmeer
Oss
Oud-Beijerland
Oude-Tonge
Oudewater
Oudorp nh
Overveen
Panningen
Paterswolde
Peize
Pijnacker
Poortugaal
Prinsenbeek
Purmerend
Putten
Raalte
Raamsdonksveer
Ravenstein
Rhenen
Rhoon
Ridderkerk
Rijnsburg
Rijssen
Rijswijk zh
Roden
Roermond
Roosendaal
Rosmalen
Rotterdam
Rozenburg zh
Rumpt
Santpoort-Zuid
Sassenheim
Sas van Gent
Schagen
Schaijk
Schiedam
Schijndel
Schinnen
Schiphol-Rijk
Serooskerke Walcheren
's Gravendeel
's Gravenhage
's Gravenzande
's Hertogenbosch
Simpelveld
Sinderen
Sittard
Sleeuwijk
Sliedrecht
Sneek
Soest
Someren
Son
Spier
Spijkenisse
St Willebrord
Stadskanaal
Stannaparochie
Steenbergen nb
Steenwijk
Stein lb
Stevensbeek
Stoedenrode
Surhuisterveen
Tegelen
Terapel
Terneuzen
Thorn
Tiel
Tilburg
Uden
Uithoorn
Ulft
Ulvenhout
Urk
Utrecht
Vaals
Valkenburg lb
Valkenswaard
Veendam
Veenendaal
Veeningen
Veenwouden
Veghel
Veldhoven
Velp gld
Velsen-Zuid
Velserbroek
Venlo
Venray
Vierlingsbeek
Vinkeveen
Vlaardingen
Vleuten
Vlijmen
Vlissingen
Voerendaal
Volendam
Voorburg
Voorhout
Voorschoten
Vries
Vriezenveen
Vroomshoop
Vught
Waalre
Waalwijk
Waddinxveen
Wassenaar
Wateringen
Weert
Weesp
Werkendam
Westervoort
Weurt
Wezep
Wierden
Wijchen
Wijk bij Duurstede
Wijkenaalburg
Wildervank
Winschoten
Winsum gn
Winterswijk
Woerden
Wolvega
Workum
Wormerveer
Woudenberg
Zaandam
Zaandijk
Zaltbommel
Zeewolde
Zeist
Zetten
Zevenaar
Zevenbergen
Zierikzee
Zoetermeer
Zuidhorn
Zuidlaren
Zundert
Zwanenburg
Zwartsluis
Zwijndrecht
Zwolle


[ Advocaat toevoegen ]


Nieuws


Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in de zaak Lycos-Pessers

De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in een kort geding over de vraag of Lycos als hosting internetprovider aan Pessers de naam en het adres bekend moet maken van de websitehouder, die in een website op http://members.lycos.nl anoniem Pessers had beschuldigd van oplichting bij de verkoop van postzegels via de veiling op de website www.ebay.com.

De rechtbank Haarlem heeft op 11 september 2003 en het hof Amsterdam heeft op 24 juni 2004 in hoger beroep Lycos bevolen die gegevens (de NAW-gegevens) aan Pessers bekend te maken. Tegen de uitspraak van het hof is Lycos bij de Hoge Raad in cassatie gekomen.

Als advocaten in cassatie treden op voor Lycos Netherlands B.V.: mr. K.G.W. van Oven, advocaat in Den Haag en mrs. E.J. Dommering en R.D. Chavannes, advocaten in Amsterdam. Voor Pessers treedt op mr. K. Aantjes, advocaat in Den Haag en mrs. D.J.G. Vosser en A.A. Quaedvlieg, advocaten in Amsterdam.

Op 24 juni 2005 heeft advocaat-generaal mr. J.L.R.A. Huydecoper in zijn advies aan de Hoge Raad geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De uitspraak van het hof

Het hof heeft vastgesteld dat op de website een, anoniem geuite, ernstige beschuldiging aan het adres van Pessers was gepubliceerd.

Volgens Lycos hoeft zij de NAW-gegevens aan een benadeelde alleen te onthullen als er sprake is van evident onrechtmatige uitlatingen of als het gaat om strafbare feiten en politie en justitie de gegevens opvragen.

Het hof was het daarmee niet eens. Weliswaar was het voor Lycos niet onmiskenbaar dat de bewuste informatie op die website in dit geval onrechtmatig was, maar het hof vindt het aannemelijk dat de mogelijkheid bestaat dat die informatie onrechtmatig en voor Pessers schadelijk is. Volgens het hof heeft Pessers een reëel belang bij die NAW-gegevens en is er geen minder ingrijpende manier om ze te verkrijgen. Het hof was van oordeel dat Lycos bij afweging van de belangen van de hosting provider, de betrokken websitehouder en Pessers in dit concrete geval onzorgvuldig handelt door de naam en het adres van die websitehouder niet aan Pessers bekend te maken.

De uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft alle bezwaren van Lycos tegen de uitspraak van het hof verworpen. Dat betekent dat het bevel aan Lycos om de NAW-gegevens aan Pessers bekend te maken in stand is gebleven.

Een van de belangrijkste bezwaren van Lycos was dat zo'n bevel niet mogelijk is, omdat dit in strijd komt met de Europese Richtlijn inzake elektronische handel. In die Richtlijn (die inmiddels ook in het Nederlandse Burgerlijk Wetboek is verwerkt) is onder meer geregeld dat een hosting provider voor opgeslagen informatie niet aansprakelijk is als hij niet weet dat die informatie onrechtmatig is en dat was hier volgens Lycos zo. Volgens de Hoge Raad regelt de Richtlijn echter niet het geval waar het hier om gaat: wanneer moet een hosting provider de NAW-gegevens van een anonieme websitehouder verschaffen aan iemand die meent dat hij door de informatie die op de gehoste website is geplaatst wordt benadeeld. Een andere uitleg van de Richtlijn zou ook ongewenst zijn, omdat anders veel benadeelden praktisch gesproken geen actie zouden kunnen ondernemen tegen eventuele onrechtmatige anonieme activiteiten.

Ook het bezwaar van Lycos dat het bevel tot het verstrekken van de NAW-gegevens in strijd zou komen met de vrijheid van de websitehouder om anoniem informatie te verspreiden of met de bescherming van de privacy van die websitehouder acht de Hoge Raad ongegrond.

Hoge raad: Betaling parkeergeld uitsluitend door middel van chipkaart toelaatbaar

De Hoge Raad heeft vandaag uitspraak gedaan in een tweetal zaken over het betalen van parkeerbelasting uitsluitend door middel van een chipkaart.

Sedert enige jaren heeft een aantal grotere gemeenten gebruik gemaakt van de mogelijkheid om voor te schrijven dat bij parkeermeters en parkeerautomaten uitsluitend kan worden betaald met een chipkaart. Betaling door middel van muntinworp is dan niet meer mogelijk. De gemeenten zijn daartoe veelal overgegaan in verband met problemen van diefstal uit en vernieling van muntautomaten.

In procedures voor het hof Arnhem en het hof Den Haag hebben belanghebbenden de rechtsgeldigheid van deze beperking in betalingsmogelijkheden aangevochten. Zij hadden de verschuldigde parkeerbelasting niet betaald en maakten bezwaar tegen de opgelegde naheffingsaanslag.

Het hof Arnhem heeft op 7 oktober 2003 (LJN AL7896) in een Nijmeegse zaak geoordeeld dat de gemeentelijke voorschriften, waarin elektronische betaling wordt voorgeschreven, onverbindend zijn omdat ze niet op een geldige wettelijke basis berusten; het hof heeft de desbetreffende naheffingsaanslag vernietigd.
Het hof Den Haag daarentegen oordeelde op 13 november 2003 (LJN AL1841) in een zaak die in Rotterdam speelde dat de gemeentelijke voorschriften rechtsgeldig zijn en heeft het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard; daaraan deed volgens het hof niet af dat de auto van belanghebbende werd gebruikt door een Britse onderdaan die niet over een chipkaart beschikte.

In beide zaken is cassatieberoep ingesteld. Het cassatieberoep is voor de gemeente Nijmegen behandeld door mr. G. Snijders, advocaat in Den Haag; voor de gemeente Rotterdam is het beroep behandeld door de directie gemeentelijke belastingen te Rotterdam, terwijl als woordvoerder in deze zaak optreedt de heer E.A.M. Hendriks.

Advocaat-generaal Niessen heeft in beide zaken op 7 december 2004 (LJN AR8903) in zijn advies aan de Hoge Raad geconcludeerd dat de algemene maatregel van bestuur, waarin de mogelijkheid voor gemeenten is geschapen om elektronische betaling van parkeergeld voor te schrijven, binnen de grenzen van de Gemeentewet blijft en derhalve verbindend is.

De Hoge Raad heeft, in overeenstemming met dit advies, geoordeeld dat er een geldige wettelijke basis is voor deze gemeentelijke voorschriften.

Voorts heeft de Hoge Raad in de Nijmeegse zaak (rolnr. 40.298) overwogen dat de onmogelijkheid van betaling met munten niet in strijd is met de Europese verordeningen waarbij de euro als Europese munteenheid is ingevoerd. De advocaat-generaal had geadviseerd op dit punt prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EG. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze verordeningen geen einde hebben gemaakt aan de mogelijkheid voor lidstaten om een andere dan chartale wijze van betaling in de geldende munteenheid voor te schrijven.

Ten slotte heeft de Hoge Raad, in afwijking van het advies van de advocaat-generaal, in de Rotterdamse zaak (rolnr.40.375) geoordeeld dat geen sprake is van een ongeoorloofde discriminatie van andere EU-onderdanen die zelf geen Nederlandse chipkaart hebben. Zij hebben de mogelijkheid om ter plaatse een niet aan een bankrekening gebonden chipkaart te kopen. Weliswaar is daaraan een gering bedrag (in Rotterdam ⬠2,50) aan kosten verbonden, maar naar het oordeel van de Hoge Raad levert dat geen wezenlijke belemmering voor het parkeren op. Bovendien wordt het eventuele ongemak gerechtvaardigd door de dwingende redenen van openbaar belang die aan de invoering van uitsluitend elektronische betaling ten grondslag liggen, namelijk het terugdringen van criminaliteit en overlast voor het publiek in verband met problemen van diefstal uit en vernieling van muntautomaten.

Op grond van het voorgaande heeft de Hoge Raad het cassatieberoep tegen de uitspraak van het Haagse hof verworpen. Het beroep tegen de uitspraak van het Arnhemse hof is gegrond verklaard. Dit heeft tot gevolg dat de naheffingsaanslag alsnog door de belanghebbenden dient te worden betaald.

Bovenstaande is een samenvatting van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden (buiten verantwoordelijkheid van de Hoge Raad).

LJ Nummers AR8903, AR8934

Bron: Hoge Raad der Nederlanden


Ruimer bevoegdheden voor Politie en Justitie

Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstel
RUIMERE BEVOEGDHEDEN VOOR POLITIE EN JUSTITIE

De Eerste Kamer heeft vandaag ingestemd met een wetsvoorstel van minister Donner dat justitie en politie meer bevoegdheden geeft persoonsgegevens op te vragen bij maatschappelijke instellingen en bedrijven als dat voor de opsporing noodzakelijk is. Het wetsvoorstel is gebaseerd op voorstellen van de Commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij en op het kabinetsstandpunt dat hierover in mei 2002 is verschenen.

De huidige bevoegdheden van politie en justitie om gegevens op te vragen, zijn beperkt en soms onduidelijk. Opsporingsambtenaren zijn nogal eens aangewezen op vrijwillige verstrekking van gegevens, terwijl voor bedrijven en instellingen het niet altijd helder is of ze mogen meewerken aan verzoeken van opsporings diensten. Maatschappelijke instanties, bedrijfsleven en opsporingsdiensten zijn gebonden aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Zij kunnen daarom niet vrij persoonsgegevens beschikbaar stellen of gegevens opvragen.

Door gebruik van informatie- en communicatietechnologie beschikken maatschappelijke instanties en bedrijven steeds vaker over gegevens van personen. Transacties gaan in toenemende mate langs elektronische weg en gegevens worden meer dan voorheen op geautomatiseerde wijze verwerkt en opgeslagen. Bij de opsporing van misdrijven spelen dergelijke persoonsgegevens een onmisbare rol. Deze rol neemt toe. Het kabinet is van oordeel dat vanwege het toenemend belang voor de opsporing er meer mogelijkheden moeten komen om over persoonsgegevens te kunnen beschikken. Het wetsvoorstel voorziet daarin. Er komt daarmee een eind aan de bestaande onduidelijkheid en ontoereikendheid van regels. Bovendien sluit het kabinet aan bij de ontwikkeling van de samenleving tot informatiemaatschappij.

Het voorstel komt erop neer dat in het Wetboek van Strafvordering enkele algemene bevoegdheden worden opgenomen die zich niet beperken tot één bepaalde bedrijfstak, maar breder van toepassing zijn. Elke bevoegdheid heeft betrekking op een specifieke categorie persoonsgegevens. Zo kan een opsporingsambtenaar 'identificerende' gegevens van een bepaalde persoon opvragen. Het gaat dan niet alleen om iemands naam, adres, woonplaats, geboortedatum of geslacht, maar ook om zijn of haar klantnummer, nummer van een polis of een rekeningnummer bij de bank. De ervaring leert dat vooral aan het begin van een opsporingsonderzoek deze gegevens een belangrijke rol spelen. Politie en justitie zijn met behulp van die informatie sneller in staat vast te stellen wie de personen zijn waarop het onderzoek zich richt, en kunnen verbanden leggen tussen situaties en personen.

Ook andere gegevens dan de genoemde identificerende gegevens kunnen opgevraagd worden. De officier van justitie komt deze bevoegdheid toe. Het betreft gegevens over diensten die verleend zijn, zoals de duur, de data, de plaats en de aard van de dienstverlening en informatie over rekeningen en ander betalingsverkeer. Als het opsporingsonderzoek verder is gevorderd zijn het vooral deze gegevens die relevant zijn. Opsporingsdiensten krijgen zo meer zicht op het patroon van gedragingen van een persoon. Voorbeelden hiervan zijn: reisgedrag en handelingen bij financiële transacties. Daarnaast biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid zogenaamde gevoelige gegevens te vorderen. Deze categorie kan vanwege hun aard een indringende inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer. Hieronder valt informatie over iemands godsdienst, ras, politieke gezindheid, gezondheid of seksuele leven. Daarom kan de officier van justitie pas van de bevoegdheid gebruik maken als aan zwaardere voorwaarden is voldaan, zoals de voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris.

Justitie en politie kunnen op basis van de voorgestelde bevoegdheden ook over anderen dan de verdachte gegevens vergaren. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om gegevens over het slachtoffer of gegevens over derden waarmee de verdachte contacten heeft onderhouden die kunnen bijdragen aan een goede afronding van het opsporingsonderzoek.

Bij de totstandkoming van het wetsvoorstel is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het opsporingsbelang, het belang van degene op wie de gegevens betrekking hebben en het belang van de derde van wie de gegevens worden gevorderd. De regeling van de bevoegdheden heeft met elk van deze belangen rekening gehouden. Naarmate een bevoegdheid -gelet op de aard van de gegevens- meer inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer of meer inspanningen vergt van een bedrijf of instelling om aan een verzoek tot verstrekking te voldoen, worden strengere eisen gesteld aan de toepassing. Niet elke bevoegdheid mag in alle gevallen worden gebruikt. Gevoelige gegevens mogen niet worden opgevraagd bij lichte misdrijven. Dat kan wel bij misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. Andere dan identificerende gegevens mogen worden vergaard bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer staat. De bevoegdheid om identificerende gegevens te vorderen, is toegestaan bij de opsporing van elk misdrijf.

Het wetsvoorstel is getoetst aan artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Zo is de regeling voldoende precies geformuleerd. De burger weet vooraf onder welke omstandigheden en voorwaarden de bevoegdheid mag worden toegepast. Ook is de toepassing controleerbaar doordat een vordering tot verstrekking van gegevens schriftelijk moet zijn gedaan. Van de verstrekking wordt een proces-verbaal opgemaakt. Deze voorschriften en de criteria die in de wet zijn opgenomen voor toepassing van de bevoegdheden bieden waarborgen in de zin van artikel 8 EVRM.


Afwikkeling massaschade eenvoudiger - Eerste Kamer aanvaardt wetsvoorstel

Vergoeding van schade die voor veel mensen is ontstaan na een ramp of calamiteit door een of enkele veroorzakers kan binnenkort eenvoudiger worden afgewikkeld. De Eerste Kamer heeft vandaag ingestemd met het wetsvoorstel 'Collectieve afwikkeling massaschade'dat door minister Donner van Justitie werd verdedigd. De wet zal op 1 augustus 2005 in werking treden.

De wet maakt het mogelijk dat een overeenkomst, die is gesloten tussen de veroorzaker(s) van de schade en een of meer organisaties die de belangen van slachtoffers behartigt, door de rechter verbindend kan worden verklaard. Een dergelijke afwikkeling heeft voor de veroorzaker(s) van de schade het voordeel dat zij niet betrokken worden in een veelheid van procedures en dat zij met een dergelijke overeenkomst snel zekerheid verkrijgen over hun financiële verplichtingen. Voor slachtoffers heeft deze wijze van afwikkeling het voordeel dat zij zonder langdurige juridische procedures binnen korte tijd en op een eenvoudige wijze de schade vergoed krijgen.

De directe aanleiding voor deze wet is de Des-problematiek. Na onderhandelingen tussen het Des-Centrum en de farmaceutische industrie en hun verzekeraars is er ten behoeve van de Des-dochters een bedrag van 35 miljoen euro in een fonds gestort. De nu aanvaarde wet maakt het mogelijk dat de overeenkomst die zal voorzien in de verdeling van dit bedrag onder de Des-dochters door de rechter verbindend wordt verklaard. Eenzelfde afwikkeling kan gaan gelden voor de slachtoffers van de aandelenleaseconstructie.


Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie

De commissie 'Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie'neemt de uitvoering en uitwerking van de wetten 'Organisatie en bestuur gerechten'en 'Raad voor de Rechtspraak'onder de loep. Deze wetten waren het sluitstuk van de operatie 'Rechtspraak in de 21e eeuw'en zijn op 1 januari 2002 in werking getreden.
De commissie, onder voorzitterschap van mr. W.J.Deetman, moet antwoord geven op de vraag of de rechtspraak op de goede weg is gelet op de doelstellingen van de moderniseringsoperatie. De commissie zal langs verschillende wegen daartoe informatie vergaren. Zo zal het WODC alle kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeken van de laatste jaren over de rechtspraak op een rij zetten en van een oordeel voorzien. Onder aansturing van het onderzoeksbureau KPMG, bijgestaan door de Universiteit Utrecht, zullen de gerechten een zelfevaluatie uitvoeren. Daarnaast zullen commissieleden werkbezoeken brengen aan de gerechten en ook in contact treden met ondermeer de advocatuur en de gerechtsdeurwaarders om te vernemen of de rechtspraak conform de doelstellingen van de moderniseringsoperatie op de goede weg zit. Meer informatie: www.evaluatiero.nl


Conducteurs vrijgesproken

De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft vandaag twee treinconducteurs vrijgesproken die verdacht werden van onzorgvuldig handelen, waardoor een passagier op 9 september op het treinstation in Oss, zwaar lichamelijk letsel opliep. Klik op de LJN-nummers voor de uitspraken.

LJ Nummers AT7812, AT7805

Bron: Rechtbank 's-Hertogenbosch


College van Beroep voor het bedrijfsleven

Vergoeding proceskosten bezwaar bij niet tijdig nemen besluit en bij vervanging besluit door een gewijzigd nieuw primair besluit

De Centrale Raad van Beroep heeft op 13 juni 2005 twee richtinggevende uitspraken gedaan over de toepassing van artikel 7:15, tweede tot en met vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit is de bepaling die gaat over de vergoeding van de kosten die een belanghebbende heeft gemaakt in verband met een door hem tegen een besluit van een bestuursorgaan ingediend bezwaarschrift.

In de eerste zaak (AT7364) heeft de Raad beslist dat het bestuursorgaan ook verplicht is om deze kosten te vergoeden als bezwaar is gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van de belanghebbende. Dat is alleen anders als niet aan het bestuursorgaan kan worden verweten dat er te laat is beslist. Voorts heeft de Raad aangegeven hoe hoog in zoân geval de door het bestuursorgaan te betalen vergoeding is.

In de tweede zaak (AT7365) heeft de Raad beslist dat de kosten van het bezwaar ook moeten worden vergoed als een bestuursorgaan ervoor kiest om een eerder genomen en onrechtmatig gebleken - primair - besluit waartegen de belanghebbende bezwaar heeft gemaakt, te vervangen door een gewijzigd primair besluit. Een dergelijk besluit moet voor de toepassing van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb op één lijn worden gesteld met het - in een beslissing op bezwaar - herroepen van het eerdere, onrechtmatige primaire besluit.

LJ Nummers AT7364, AT7365


Hoge Raad vernietigt uitspraak hof Amsterdam in de zaak van een macrobiotische voedingsadviseur

Samenvatting door de griffier van de Hoge Raad (buiten verantwoordelijkheid van de Hoge Raad).

Verdachte is macrobiotisch voedingsadviseur en directeur van een macrobiotisch instituut. Een vrouw die al een aantal jaren aanhangster was van de door verdachte gepropageerde macrobiotiek, consulteerde verdachte toen werd ontdekt dat zij leed aan baarmoederhalskanker. De ziekte verkeerde ten tijde van het eerste consult in een stadium waarin de reguliere geneeskunde een goede kans op genezing kon bieden. Verdachte heeft haar niet verwezen naar de reguliere gezondheidszorg en haar evenmin aangeraden zich onder behandeling te stellen van artsen in de reguliere gezondheidszorg. In plaats daarvan heeft verdachte haar een macrobiotische oplossing aangeboden. Deze oplossing bleek niet deugdelijk. Uiteindelijk is zij aan baarmoederhalskanker overleden.

Verdachte is gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam wegens opzettelijke benadeling van de gezondheid, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend. Deze rechtbank heeft hem daarvoor op 20 december 2001 veroordeeld.

In hoger beroep bij het hof Amsterdam stond de kwestie centraal of verdachte de vrouw - kort gezegd - heeft afgehouden van de behandeling door reguliere geneeskundigen. Het ging er met name om of de gedragingen van de verdachte, dan wel andere factoren, ertoe hebben geleid dat de vrouw zich niet onder reguliere medische behandeling heeft gesteld.
Het hof oordeelde dat hem een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van het feit dat de vrouw geen reguliere geneeskundige behandeling heeft ondergaan. Het hof veroordeelde verdachte op 10 februari 2004 wegens opzettelijke benadeling van de gezondheid van de vrouw, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van ⬠2000,-.

Verdachte heeft tegen deze veroordeling cassatie ingesteld. In de procedure bij de Hoge Raad heeft de advocaat van verdachte, mr. A.A. Franken te Amsterdam, onder meer geklaagd over de wijze waarop bij het hof een getuige is gehoord. Het hof zou een getuige hebben belet om een bepaalde vraag van de verdediging te beantwoorden. Een andere klacht betrof het oordeel van het hof, dat op verdachte een bijzondere zorgplicht rustte. Deze bracht tenminste mee dat hij tegenover de vrouw zijn weerstand tegen de reguliere geneeskunst minder had moeten etaleren en haar beter had moeten informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de macrobiotiek en het feit dat geen enkel wetenschappelijk onderzoek had bevestigd dat macrobiotiek kanker kon genezen of inkapselen.

In zijn conclusie van 15 maart 2005 heeft advocaat-generaal Vellinga de Hoge Raad geadviseerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof Amsterdam.

De Hoge Raad heeft op 14 juni 2005 de uitspraak van het hof Amsterdam van 10 februari 2004 vernietigd, omdat hij een klacht over het beletten van een getuige om een bepaalde vraag te beantwoorden gegrond achtte. De vraag had betrekking op de mogelijke eigen keuze van de vrouw om zich niet te laten behandelen door een reguliere arts. De Hoge Raad heeft een enkele andere klacht verworpen, waaronder de klacht over de door het hof gestelde bijzondere zorgplicht van de verdachte.
Deze uitspraak van de Hoge Raad brengt mee dat de zaak opnieuw moet worden behandeld. De zaak is daartoe verwezen naar het hof Den Haag.

LJ Nummer

AT1801

Bron: Hoge Raad der Nederlanden


Verdachten bouwfraude veroordeeld

De rechtbank in Rotterdam heeft donderdag 9 juni vonnis gewezen in de zogenaamd bouwzaak.

Van de 16 rechtspersonen en natuurlijke personen die zich hebben moeten verantwoorden voor de rechtbank zijn 14 verdachten veroordeeld. Twee verdachten (natuurlijke personen) hebben geen straf opgelegd gekregen.

De veroordelingen betreffen met name het lidmaatschap van een criminele organisatie. Dit betekent deelname aan zogenaamde egalisatiefondsen die tot doel hadden het verrekenen van verplichtingen voortvloeiend uit vooroverleg.

De rechtbank bepaalde dat daardoor de concurrentie bij aanbestedingen in de bouwsector op grootschalig niveau werd vervalst. Bovendien is het belang van de samenleving bij een gezond economische ondernemingsklimaat geschaad, aldus de rechtbank.

Ten aanzien van de selectie van bouwbedrijven en natuurlijke personen en het uitwisselen van informatie met de NMA heeft het Openbaar Ministerie niet gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde.

Het Openbaar Ministerie bestudeert het vonnis en beraadt zich op een eventueel hoger beroep.


Secretaresses advocatenkantoren op bezoek bij rechtbank Middelburg

Op dinsdag 31 mei jl. mocht Rechtbank Middelburg meer dan 100 secretaresses, werkzaam bij de advocatenkantoren uit de regio, ontvangen. De secretaresses waren naar het Middelburgse gerechtsgebouw gekomen in het kader van een excursie die georganiseerd werd door de Middelburgse rechtbank. De secretaresses konden kennis maken met de griffiemedewerkers van de rechtbank en met hen ervaring en informatie uitwisselen.

Verdeeld over twee dagdelen bezochten de secretaresses de rechtbank. Het programma startte met een welkomstwoord door president L.A.M. van Dijke, waarna een presentatie werd gegeven over de rechterlijke organisatie en de website van de rechtspraak. Verder werden de secretaresses door de leidinggevenden van de griffies rondgeleid en konden zij met griffiemedewerkers kennismaken.

De excursie werd door de secretaresses als leerzaam, informatief en prettig ervaren. Gelet op het succes overweegt het gerechtsbestuur om een dergelijke informatiedag nogmaals in de toekomst te organiseren.


Hoger beroep weigering informatie aan voormalig anti-apartheid activist gegrond

Utrecht, 8 juni 2005 â De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van een voormalig anti-apartheid activist tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 juni 2004 gegrond verklaard. De rechtbank oordeelde destijds dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn weigering om informatie te verstrekken betreffende de âcontext anti-apartheidâ kon baseren op het feit dat de informatie nog steeds als actueel kan worden bestempeld omdat een aantal personen of groeperingen uit de anti-apartheidsbeweging nu actief is op andere terreinen die de aandacht van de AIVD hebben.

De appellant voerde daartegen onder meer aan dat antimilitaristische personen en groepen die actief waren in de periode van de Koude Oorlog, wel inzage hebben gekregen in gegevens over hun activiteiten, ongeacht hun huidige andersoortige activiteiten, die mogelijk in de belangstelling van de AIVD staan.

Ook de Afdeling vindt dat de minister onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom de omstandigheid dat een persoon mogelijk actief is in een nieuwe, actuele context moet leiden tot het oordeel dat de context "anti-apartheid", waarbinnen die persoon zich aanvankelijk bewoog, toch nog actueel is. Dat staat namelijk haaks op een eerder door de minister ingenomen standpunt en zijn beleid ten aanzien van verstrekking van informatie over de antimilitarismebeweging van voor 1990.

De minister moet nu een nieuwe beslissing nemen.

LJ Nummer AT6965


Campagne roept Nederlanders op tot doen van aangifte

Op maandag 13 juni start in Dordrecht de campagne aangiftebereidheid. Al jaren lang is de bereidheid van Nederlanders om aangifte te doen laag. Terwijl het doen van aangifte de politie juist helpt bij het oplossen van misdrijven. Maar liefst 70% van de opgeloste misdrijven wordt opgelost door een aangifte.

In de campagne figureert rechercheur De Cock (met c-o-c-k), bijgestaan door zijn hondje Jack (met j-a-c-k). De campagne vindt plaats in het kader Nederland Veilig. De campagne past binnen het kabinetsbeleid waarin mensen wordt gewezen op de eigen verantwoordelijkheid om Nederland veilig te maken.

Bij de totstandkoming van de campagne hebben de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nauw samengewerkt met de politie. Naast de media-campagne, is de politie ook een interne campagne gestart om agenten voor te bereiden op de campagne.


CBb doet uitspraak over het systeem van proceskosten

In zijn uitspraken van 13 mei 2005 heeft het College beslist op beroepen tegen de weigering van de Minister van Economische Zaken om in verschillende bezwaarprocedures gemaakte proceskosten te vergoeden.

Het College heeft allereerst overwogen dat het Besluit proceskosten bestuursrecht niet in strijd is met artikel 1, eerste lid, van het Eerste Protocol bij het EVRM.

Daarnaast is uitgemaakt dat iemand die aanspraak wil maken op een ruimere vergoeding van de proceskosten in bezwaar dan de in genoemd Besluit voorziene forfaitaire, daarom expliciet moeten verzoeken. Bij gebreke van zoân verzoek mag een bestuursorgaan er vanuit gaan dat een verzoek om vergoeding van proceskosten enkel ziet op toepassing van het forfaitaire systeem, tenzij de omstandigheden die in bezwaar naar voren zijn gebracht zo in het oog springend uitzonderlijk zijn dat het bestuursorgaan niet anders kan dan ambtshalve constateren dat is beoogd een beroep te doen op een ruimere vergoeding.

Het College heeft voorts in de uitspraak met registratienummer AWB 04/757 overwegingen gewijd aan de begrippen samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit en uittreksels uit de openbare registers in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit.

LJ Nummers AT6110 , AT6111

Bron: College van Beroep voor het bedrijfsleven


Gebruikers zeer positief over Rechtspraak.nl

Gebruikers van Rechtspraak.nl, de officiële site van de Rechtspraak en de Hoge Raad der Nederlanden, oordelen zeer positief over de site. Maar liefst 92% heeft een gunstig oordeel. Dat betekent een stijging ten opzichte van 2002, toen 88% al positief oordeelde. Dat is de uitkomst van een onderzoek onder ruim 1600 gebruikers van Rechtspraak.nl, uitgevoerd door het bureau NetPanel in opdracht van de redactie van de site.

Rechtspraak.nl is in de lucht sinds december 1999. In oktober 2004 is een geheel vernieuwde site gelanceerd, met gebruikmaking van de nieuwe huisstijl en nieuwe content. Voorheen richtte Rechtspraak.nl zich voornamelijk op professionals (advocaten, rechters, juristen, enz.). De huidige site probeert ook in de informatiebehoefte van algemene en rechtzoekende privé-gebruikers en de pers te voorzien.

Driekwart van de bezoekers raadpleegt Rechtspraak.nl vanuit een zakelijke achtergrond, luidt één van de conclusies van de onderzoekers. In 2002 was dit 69%. Deze professionals zijn vooral werkzaam bij de overheid, op advocatenkantoren en in het bedrijfsleven. De groep privé-bezoekers bestaat uit algemene belangstellenden (8%), rechtzoekende belangstellenden (7%) en studenten (11%). De privé-bezoekers vooral zijn werkzaam op bestuurlijk-juridisch vlak, in management- en directiefuncties of in de administratieve sector.

De meerderheid van de respondenten (45%) bezoekt Rechtspraak.nl één tot drie keer per week; een kwart bezoekt de site zelfs vaker dan drie keer per week. Professionals bezoeken de site vaker dan leken. Het aantal bezoekers is sterk gestegen en neemt nog steeds toe: in april 2002 bezochten 126.00 mensen de site, in april 2005 waren dat er 368.000. Het vinden van uitspraken is voor 69% van alle gebruikers het belangrijkste doel van een bezoek aan Rechtspraak.nl. Daarnaast wordt vaak gezocht naar namen en nevenfuncties.

Over het algemeen wordt het informatieaanbod zeer positief gewaardeerd. Ten opzichte van 2002, toen de waardering ook al groot was, is de gemiddelde score zelfs nog toegenomen. Kritische kanttekeningen betreffen het aanbod van uitspraken. Het is onduidelijk op basis van welke criteria uitspraken worden gepubliceerd. Bovendien varieert het aanbod per gerecht. Ook de snelheid waarmee ze op Rechtspraak.nl terechtgekomen lijkt afhankelijk van willekeurige factoren.

De bezoekers zijn tevreden over het gebruiksgemak. Het feit dat men via verschillende ingangen bij de gewenste informatie kan komen, draagt sterk bij aan de gebruiksvriendelijkheid. De zoekmogelijkheden worden goed gewaardeerd, maar zouden wel geoptimaliseerd kunnen worden.

Bron: Centrale redactie rechtspraak.nl


Uitspraak in geschil tussen twee kerkgemeenten

De Hervormde Gemeente Kesteren en de Gemeente in Hersteld Verband Kesteren zijn na de kerkfusie die geleid heeft tot het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), verwikkeld in een geschil over de vraag aan welke kerkgemeente het vermogen (onder andere het kerkgebouw) van de Hervormde Kerk in Kesteren toekomt. De Gemeente in Hersteld Verband Kesteren beschouwt zichzelf als de enige voortzetting van Nederlands Hervormde kerk in Kesteren. Zij weigert afgifte van administraties en sleutels van kerkgebouwen aan de Hervormde Gemeente Kesteren (die onderdeel is van de PKN). Deze laatste heeft nu in kort geding bij de rechtbank Arnhem de afgifte daarvan gevorderd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat in dit geschil de kerkorde het uitgangspunt moet zijn. Dat betekent onder meer dat een hervormde gemeente na de kerkfusie van rechtswege onderdeel van de PKN wordt, ook wanneer een groot aantal gemeenteleden zich daarvan afscheidt.

De PKN en haar gemeenten moeten beschouwd worden als ârechtsopvolgers onder algemene titelâ van de Nederlandse Hervormde Kerk (en de andere fusiekerken). Alle rechten en verplichtingen zijn dus op de PKN overgegaan.

De kerkgemeenten in Hersteld Verband zijn nieuwe rechtspersonen. Het is voor hun vermogenrechtelijke positie volgens de rechter niet relevant dat zij zichzelf in geestelijk opzicht beschouwen als opvolgers van de Nederlands Hervormde Kerk.

Op deze inhoudelijke gronden acht de rechter de vorderingen van de Hervormde Gemeente toewijsbaar. De Gemeente in Hersteld Verband moet binnen twee weken sleutels, administraties en overige bescheiden overdragen. Wat betreft het medegebruik van het kerkgebouw moet zij zich houden aan de daarvoor getroffen regeling.

LJ Nummer AT5271

Bron: Centrale redactie rechtspraak.nl


Europese rechtstelsels in kaart gebracht

De Raad van Europa organiseert in samenwerking met het ministerie van Justitie op 2 en 3 mei a.s. een internationale conferentie over het functioneren van de rechtstelsels in Europa. De conferentie zal worden geopend door minister Donner van Justitie in het Nederlands Congrescentrum te Den Haag.

Aan de conferentie nemen vertegenwoordigers deel van de rechtspraak uit de diverse lidstaten, van de ministeries van Justitie, het secretariaat van de Raad van Europa, de Europese Commissie, wetenschappers en vertegenwoordigers van juridische beroepsverenigingen .

Het hoofdonderwerp van de conferentie is de presentatie en bespreking van een rapport over de werking en inrichting van rechtstelsels in Europa.

Dit rapport (European judicial systems 2002) is een initiatief van de expertgroep European commission for the efficiency of justice/CEPEJ uit de Raad van Europa. Voor het eerst is er een grootschalig onderzoek gedaan naar de inrichting van de rechtstelsels in de lidstaten.

Van de 46 aangesloten landen hebben 43 meegedaan aan het onderzoek. Het gaat daarbij om een beschrijving van de veertig verschillende rechtssystemen en biedt inzicht in het functioneren van justitie in die landen. Variërend van de toegang tot het recht in relatie tot de financiering van de rechtspraak en de gefinancierde rechtsbijstand, het functioneren van de rechtspraak, de rol van het openbaar ministerie, advocatuur, gerechtsdeurwaarders en mediators. Ook wordt inzicht verschaft in de salariëring van rechters en de omvang van de diverse juridische beroepsgroepen.


Rechtbanken beginnen met mediation

Vanaf 1 april bieden zeven rechtbanken en het gerechtshof in Arnhem de mogelijkheid voor mediation (bemiddeling) bij conflicten tussen verschillende partijen. Dit maakte de Raad voor de Rechtspraak vandaag bekend.

Bij mediation wordt een persoon benoemd die de twistende partijen helpt te zoeken naar een oplossing voor hun geschil. Daarbij weegt de mediator alle belangen van de betrokken partijen af, niet alleen de juridische. De verantwoordelijkheid voor de oplossing van een conflict ligt bij partijen zelf. Het doel van de bemiddeling is het ontlasten van de rechterlijke macht en het omlaag brengen van de kosten. Partijen die een conflict aan de rechter voorleggen blijken via mediation vaak alsnog tot overeenstemming te kunnen komen. Bovendien duren de mediations korter dan normale gerechtelijke procedures.

Uit onderzoek is gebleken dat acceptatie van een zelf gekozen oplossing groter is. Gemaakte afspraken worden vaker nagekomen. Bij mediation is de onderhandelingsbereidheid van partijen van doorslaggevende betekenis. De praktijk wijst uit dat partijen en raadslieden niet alleen voorafgaand maar ook tijdens een gerechtelijke procedure bereid zijn te kiezen voor deze vorm van alternatieve conflictoplossing.


Rechter zegt: meisje met Down syndroom ten onrechte verwijderd van basisschool

Sinds haar 4e jaar ging een meisje met Down syndroom naar een gewone basisschool. Op haar 11de wilde de directie het meisje verwijderen van deze school. Men zou niet meer kunnen voldoen aan haar zorgbehoeften.
De ouders waren het niet eens met deze verwijdering. Hun kind had het naar haar zin op school en het ging nog steeds goed vooruit. Bovendien had het meisje geen intensieve zorgvraag en ook vertoonde zij geen storend gedrag.
In een spoedprocedure legden de ouders de zaak voor aan de rechter. Eind januari gaf deze de ouders volledig gelijk.

De uitspraak van de rechter is bijzonder belangrijk. Het betekent dat een school niet zomaar een kind met een handicap van school mag verwijderen. Volgens de rechter moet een school eerst alles proberen om een kind op school te houden. Alleen als dat volgens de school echt niet lukt, én als ook een onafhankelijke deskundige tot dezelfde conclusie komt én er is sprake van een onhoudbare situatie omdat de onderwijsactiviteiten van de overige leerlingen in de knel komen, mag een school tot verwijdering overgaan. De rechter benadrukte nogmaals dat deze 'verwijderingsprocedure' uiterst zorgvuldig moet worden doorlopen.

Advocaat Jan Dirk van Vlastuin stelt dat de ouders op alle fronten hebben gewonnen. Dit betekent dat de school een nieuw plan moet maken. Daarbij moeten ze rekening houden met wat de rechtbank gezegd heeft.
Formeel is de zaak voor deze ouders nog niet afgelopen. Het is niet de rechter die plannen maakt, maar de school. De rechter kijkt alleen of de besluiten van de school wel correct zijn. En dat was hier niet het geval.

De FvO/ouderverenigingen zijn verheugd over de uitspraak van de rechter. Hiermee wordt bevestigd dat het in de eerste plaats de ouders zijn die een schoolkeuze mogen maken. Kinderen met een handicap mogen dus niet zomaar van school worden weggestuurd. Scholen hebben een zware verplichting om een kind met een handicap goede onderwijszorg te geven en op school te houden. Alleen als het normale onderwijs aan de overige leerlingen in gedrang komt, kan de school een verwijderingsprocedure overwegen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een kind structurele ernstige gedragsstoornissen vertoond. Kortom: een kind met een handicap is geen speelbal die je weg doet als je er even geen zin meer in hebt

De ouders zijn lid van de VOGG, een van de vijf verenigingen die samen de FvO vormen. Leden van een oudervereniging kunnen ondersteuning krijgen van de juridische afdeling van de FvO. Als het komt tot een rechtszaak kan de FvO het advocatenkantoor Bouwman & Van Dommelen inschakelen.


 

Reinig je lichaam en versterk je weerstand
[ Verbeter je gezondheid met de Chlorella alg ]


Resources


 

 

 

directNIC Search
Hosted by directNIC.com